Beschrijf zo concreet mogelijk wat er speelt. Bijvoorbeeld: trekt aan de lijn, angstig voor mensen, niet luisteren, etc.
Bijvoorbeeld: alleen thuis, tijdens het uitlaten, bij bezoek, in nieuwe omgevingen, etc.
Bijvoorbeeld: ontspannen wandelingen, beter luisteren, minder angst, etc.
Denk aan thuissituatie, andere huisdieren, kinderen, of eerdere ervaringen met training.